Zelf doen: Ikea tafeltje opknappen




Bijzettafels. Ze zijn zó handig. Multifunctioneel ook. Maar op een of andere manier is de perfecte bijzettafel/salontafel nooit in de winkel te koop.
Al zo lang Michel en ik bij elkaar zijn hebben we een tafeltje van de Ikea. De loopbaan van dit tafeltje begon ooit eerst in Michel's huis en verhuisde met ons mee naar ons gezamenlijk huis. Een simpel vierkant tafeltje. Precies de goeie hoogte, precies het goeie formaat van blad - namelijk niet te groot en niet te klein. Al heel vaak heeft Michel gezegd 'kan dat ding niet weg?', maar ik ben gewoon nog geen beter tafeltje tegen gekomen! En al helemaal niet voor een fatsoenlijke prijs. Want dat spul van de Ikea is ook zo goedkoop niet meer. Die wij hebben is niet meer leverbaar, maar iets vergelijkbaars kost al snel €50-80. Toch best veel geld voor een plankje en een paar poten.

In ons vorige huis heb ik het tafeltje al een keer een opknapbeurt gegeven, omdat het blad niet zo mooi meer was. Ik kocht een stukje vitrage met een bloempatroon, legde dat op het blad en lakte er vervolgens overheen met white wash lak. Vitrage er weer afhalen en je kreeg een heel mooi sjabloon. Nog een licht laagje er over heen om het af te lakken en zo ging het weer jaren mee.



vitrage-sjabloon

Totdat we kinderen kregen en ik op een mooie zonnige nazomerdag de kinderen leuk in de tuin liet spelen met het tafeltje en heel veel water en bekers. Enzo. De kinderen waren nog nooit zo lang achtereen zelfstandig en rustig aan het spelen geweest! Sommige mijlpalen vergeet je niet. Alleen het fineer van het tafelblad overleefde het niet en ging op een paar plekken bol staan. Je wint wat, je verliest wat.

Maar nog steeds bleef het tafeltje in gebruik. Toen bedacht ik dat ik het blad kon bekleden met een mooi stuk tafelzeil. Dus kocht ik een neutraal stuk tafelzeil en ging aan de slag.




Eerst goed schoonmaken en schuren. 


Zachte deken op de vloer ter bescherming. Daarover het tafelzeil. 
Met de goeie kant naar beneden. 



Het tafeltje goed neerleggen en daarna uitknippen. 


Ik gebruikte meubelspijkers. Korte pin en dikke kop. 




Dochter demonstreert even hoe je moet timmeren. 
(toen ze heel klein waren, noemde eerstgeborene een hamer een 'timmer'. Want je timmerde er immers mee. Zoals je gaat fietsen met een fiets.)


Tot slot keer je je tafel om en dan ziet 'ie er weer als nieuw uit! 
Klaar om weer een paar jaar mee te gaan. 

Warme groet
Anita



Elke vrijdag plaats ik een blogpost over 'zelf maken' of 'zelf doen', omdat het heel veel voldoening kan geven om zelf iets te kunnen maken. Vaak voor weinig geld. Meer hier over lees je in 6 praktische tips om meer richting aan je leven te geven. 






9

Van waarde zijn (en een meditatie oefening)

Laatst las ik in een vaktijdschrift voor secretaresses dat 'wij secretaresses' ons vooral moesten blijven ontwikkelen en bijscholen om zo 'van blijvende waarde te zijn' voor de werkgever, voor de sector, voor de beroepsgroep, whatever.


Het werk verandert

Nu krijg ik sowieso al een beetje jeuk van het heersende credo binnen het secretaressevak dat 'het werk verandert'. Natuurlijk verandert het, alles verandert! Maar wezenlijk blijven dingen hetzelfde. Aan de basis is het werk van een secretaresse nog steeds hetzelfde; ondersteunend aan het grotere proces. Of post nu per papieren envelop binnenkomt of per mail; er moet op geantwoord worden. En afspraken moeten ook nog steeds gemaakt worden met echte personen, of dat nu in het kantoor van iemand is, of via een conference call.
Hele volksstammen aan coaches gaan voor goed geld  'ons secretaresse' vertellen dat ons werk verandert. Om vervolgens meerdere jaren achter elkaar datzelfde praatje te houden. Blijkbaar verandert er dan toch niet zoveel. In ieder geval niet het werk van de sprekers.
Ook denk ik: als je als secretaresse je vak om zeep wilt helpen dan moet je vooral zelf gaan roepen dat je vak verandert. Dan zijn er vanzelf anderen die voor jou gaan beslissen hoe jouw werk er vervolgens uit moet gaan zien.

Maar misschien ben ik gewoon ouderwets. Of cynisch.

Dus dat was al een deel van de irritatie.

Van blijvende waarde

Het tweede deel van irritatie waren de woorden 'van blijvende waarde'.
Ik voelde verontwaardiging opkomen. Hoezo, dacht ik? Ben ik alleen iets waard als ik continue voorop loop met vernieuwingen? Tel ik alleen mee als ik elk jaar cursussen volg om 'bij te blijven'. En volgens wiens maatstaf?

Ik dacht dat ik sowieso al iets waard was?! Als mens bijvoorbeeld. Als iemand met kwaliteiten en talenten. Maar ook omdat ik gewoon als medewerker, omdat ik goed ben in mijn werk, ook al loop ik niet alle trainingen af. Je zou maar zo kunnen denken dat je niet goed genoeg bent, als je dat steeds hoort, dat je moet zorgen dat je van waarde blijft. En het misschien ook wel nooit zal worden, omdat er altijd weer nieuwe eisen worden gesteld. Of het alleen maar kan worden als je aan die en die voorwaarden hebt voldaan.


Voorwaarden aan ons bestaansrecht


Aan ons bestaansrecht worden vaak voorwaarden gekoppeld. Door de buitenwereld; ouders, school, vriendjes, vriendinnetjes, werkgever. Maar ook door de maatschappij. Zoals een moeder maatschappelijk gezien pas meetelt als ze een betaalde baan buitenshuis heeft. Daarover schreef ik in het stuk Thuisblijfmoeder.

Die voorwaarden kunnen we al ervaren als we heel jong zijn. Als ik me maar goed genoeg gedraag, dàn krijg ik de aandacht van mijn vader/moeder. Als ik maar meedoe met de groep, dan krijg ik vanzelf vrienden. Als ik maar zorg dat ik lief ben, dan gaat mijn vader ook niet schreeuwen en schelden en gooien met meubels. Als ik maar hard genoeg werk, dan krijg ik dezelfde carrière kansen als mijn collega's. Als ik maar doe wat mijn partner van me wil, dan zal hij/zij ook niet bij me weggaan. Als ik me maar kleed zoals ieder ander, dan word ik ook niet gepest. Als ik maar doe en denk zoals de anderen, dan hoor ik er bij. Het gekke is dat we ons onwillekeurig gaan gedragen naar de voorwaarden die er aan ons gesteld worden. Daarover schreef ik Trek het je niet aan.

Al die voorwaarden (mijn voorbeelden zijn universeel, niet letterlijk op mij van toepassing), die er aan ons gesteld worden gaan voorbij aan het feit dat we al iemand zijn. Wat blijft er van ons over als we niet meer voldoen aan de eisen en wensen die de buitenwereld aan ons stelt? Zijn we dan opeens niets meer waard? Om bij mijn voorbeeld en mijn eigen werkveld te blijven: is een secretaresse die niet elke training of workshop afloopt, minder waard dan een secretaresse die dat wel doet? In de praktijk wordt er vaak neergekeken op de medewerker die in de ogen van de carrieretijger 'zijn tijd uitzit'.

Ook zonder die voorwaarden, ZIJN wij iemand.
In ieder van ons is een kern waarin besloten ligt wat voor ons wezenlijk is in het leven. Die kern is er altijd. Het blijft altijd bestaan en je kunt er altijd naar terugkeren. Hoe tumultueus je leven ook is, hoe diep je ook in de put zit, hoeveel tegenslag je ook hebt gekend.




Meditatie oefening STILTE


Als het onderwerp Van Waarde Zijn voor jou heel actueel is, als het je raakt en je wilt er aandacht aan geven, dan kun je de oefening die hieronder volgt gaan doen. Deze oefening helpt je om de stilte in jezelf te ervaren. Als je aandacht geeft aan die stilte in jezelf, kom je dichter bij jouw eigen kernkwaliteiten. Je hoofd wordt rustiger en je hart gaat meer open.

Oefening

Probeer je een moment te herinneren waarop je de stilte ervaren hebt. Dit kan vanalles zijn. In de natuur, in een ruimte, in de hectiek van een drukke stad. In een kerk, op een berg. Als er geen herinnering bij je naar boven komt, dan kun je je ook voorstellen dat je op een plek bent waar je die stilte zou kunnen ervaren.

Neem de tijd
om die ervaring te herinneren en aandacht te geven aan je lichaam. Hoe reageerde je lichaam op die stilte. Laat de resonantie toe.

Luister
met je oren. Naar de stilte om je heen. De stilte van een boom, een wolk, een brandende kaars, een slapend kind. Het kan een herinnering zijn, maar ook een voorwerp in het nu.

Ga
met je aandacht naar de bron van stilte, tenzij dit teveel onrust geeft in je hoofd. Eerst naar je oren. Daarna met je hart contact maken met het geluid van een boom, een wolk, een persoon, brandende kaars, jezelf. Kijk of je naar de oerbron van stilte kunt bewegen.

Doe
hetzelfde met je buik. Luister met je buik naar de stilte van een kaars, persoon, boom, wolk enz. Kijk vervolgens of je weer contact kunt maken met de bron van stilte.

Neem ongeveer 20 tot 30 minuten de tijd voor deze oefening.


Mediteren als onderdeel maken van je dagelijkse leven is een van de 6 praktische manieren om meer richting aan je leven te geven. 
7

Zelf maken: blueberry pancakes

Het is weer vrijdag, en tijd voor een Zelf Maken - blogpost. Ik merk dat deze blogposts erg gewaardeerd worden! Erg leuk om te zien dat de recepten zoveel bewaard worden en gedeeld.

Vrijdag is ook de dag dat ik altijd iets lekkers klaar heb voor de lunch als de kinderen thuis komen van school. Vorige week waren het bio knakworsten en bolletjes. Weinig zelfgemaakts daaraan, behalve de mayonaise, want die was op ontdekte ik op het laatste moment. Van de mayonaise kan ik later nog wel eens een blogpost maken, maar dan wil ik wat meer proefdraaien. Deze was gelukt en eetbaar, maar daar was alles wel mee gezegd.





Blueberry pancakes it is!

Het verschil tussen blueberry pancakes en reguliere pannenkoeken zit 'm in het beslag. Het beslag van pancakes is beduidend dikker. Er zit bijvoorbeeld alleen eigeel in, i.p.v. het hele ei en er is karnemelk aan toegevoegd.

Als ik deze pancakes wil serveren met de lunch, dan moet ik het wel van te voren voorbereiden, want er zit even iets meer werk in dan gewone pannenkoeken. De smaak is wel veel voller en rijker.

Ingrediënten

150 gr bloem
1 eetl. vanillesuiker
1 koffielepel bakpoeder
snufje zout
snufje nootmuskaat
40 gr. roomboter
1 dl. melk
1 1/4 dl karnemelk
2 eierdooiers
handvol blauwe bessen (ik gebruik bevroren van de AH)

Bereiding


Meng in een kom de bloem, suiker, bakpoeder, zout en nootmuskaat. Smelt in een pannetje de roomboter. Meng in een tweede kom de gesmolten boter met de melk, de karnemelk en de dooiers. Voeg al roerend het bloemmengsel aan het botermengsel toe.



Botermengsel en bloemmengsel

Het moet een dik, lobbig beslag worden.


Een dik lobbig beslag


Hoe dik je beslag wordt is een beetje afhankelijk van de kwaliteit van je melk, eieren en boter. Als je magere melk gebruikt en goedkopere (meestal dunnere) karnemelk, dan valt je beslag wat dunner uit. Je kunt dan wat bloem toevoegen. Als je beslag te dik uitvalt kun je wat (karne)melk toevoegen.
Je kunt er voor kiezen om het beslag een uurtje te laten rusten in de koelkast. Dan dikt het nog wat extra in. Maar laten we wel wezen, wie wil daar op wachten! ;-)


Doe olie (ik kies voor bakken altijd ararchideolie) in je mooiste koekenpan en schep daar met een soeplepel kleine eilandjes beslag in. Je ziet meteen het verschil in beslag: dit dikke beslag blijft mooi liggen. Spiek even of de onderkant een mooi kleurtje heeft en draai om als de bovenkant ook gestold is.



 






Als de pancakes klaar zijn leg je ze op een ingevette bakplaat, of met bakpapier of een silliconenmat.
Druk er een paar bevroren blauwe bessen in zolang de pancakes nog warm zijn. Schuif de bakplaat in een voorverwarmde oven op 160 C en bak nog ca. 8 minuten.





Smile!

Je zou ook de bessen mee kunnen bakken, maar ik heb daar zelf niet zulke goeie ervaringen mee. Als je ze meebakt dan doe je eerst een eilandje beslag in je pan, even wat laten stollen, dan druk je er een paar bessen in en keer om als je pancake er aan toe is.

Serveer met poedersuiker en ahornsiroop.




Enjoy!

Fijn weekend
Anita


6

De spirituele betekenis van Ronja de Roversdochter

Zoals jullie misschien wel (of misschien ook wel niet) weten, schrijf ik voor het allerleukste Nederlandse vintage boekenblog Ogma. Vorige week verscheen er een stukje van mij over Ronja de Roversdochter. Ik vind het zo'n bijzonder boek. Heel spiritueel ook, vandaar dat ik 'm hier op mijn blog ook plaats. Je kunt het boek momenteel supervoordelig voor €2 aanschaffen bij de boekhandel. En niet vergeten even een kijkje te nemen op de site van Ogma. De facebookliefhebbers vinden de pagina van Ogma hier.



Ronja de Roversdochter; stoer maar zacht


Van alle boeken van Astrid Lindgren fascineert Ronja de Roversdochter mij het meest. Hoewel het bijna ondoenlijk is om een favoriet uit haar oeuvre aan te wijzen, heeft Ronja toch wel mijn hart gestolen. Het is ook favoriet geworden van onze eerstgeborene. Zij noemt Ronja 'stoer, maar ook zacht'.

Gelaagdheid

Wat Ronja voor mij zo mooi maakt is de gelaagdheid van het verhaal. Er zit een veel diepere betekenis aan dit boek, dan alleen een spannend verhaal tussen rivaliserende roversfamilies, waarvan de kinderen vriendschap sluiten.

Noem het gepsychologiseer uit de polder, maar ik denk dat Astrid Lindgren met dit boek wilde beschrijven hoe een kind (zijzelf misschien wel) zich losmaakt van de ouders, met name de vader. Sterker nog, ik denk dat Astrid Lindgren met dit boek heeft verwerkt en verwoord hoe zij zelf de overgang van het kindzijn naar het volwassen worden heeft ervaren. Als je weet dat Astrid Lindgren op haar 18e ongepland zwanger werd en haar onbezorgde jeugd daarmee afgesloten werd, dan lees je het boek opeens in een heel ander licht. Voor mij is Ronja de Roversdochter een heel spiritueel boek!

Kloof

Het boek zit in mijn optiek vol van symboliek die daar op wijst! Als eerste is er de kloof tussen de twee burchten. Hoe letterlijk wil je het hebben?! De kloof die precies is ontstaan in Ronja's geboortenacht. Een donderslag die de burcht van Mattis in tweeën splijt. Later zal de rivaliserende Borkafamilie hun intrek in de andere helft van de burcht nemen. Dat is toch pure symboliek? Er ontstaat al een splitsing tussen vader en dochter op het moment dat het kind geboren wordt. Omdat elk kind 'zijn eigen' is. Als Ronja Birk (de zoon van de rivaliserende roversfamilie Borka) voor het eerst ziet, staan ze elk aan een kant van de kloof. Ze springen heen en weer. Daarmee zijn ze bezig om de kloof tussen hen te overbruggen.

Natuur

De natuur speelt ook een grote rol in dit boek. Wat draagt nu meer symboliek in zich dan de natuur? Ronja speelt graag en veel in haar geliefde bos. Zij is een met de natuur. Over de lente zegt ze: 'Ik voel de winter uit me wegstromen. Ik ben straks vast zo licht dat ik kan vliegen.'
Of wat dacht je van de mythische bosfiguren? De vogelheksen en de moenen. Als Ronja in haar geliefde bos speelt heeft ze momenten dat ze bang is. Dan komen de vogelheksen, die gemeen boven haar hoofd cirkelen. En als ze vast komt te zitten met haar voet in de aarde, dan zijn het de moenen, met hun holen in de grond, die aan haar trekken. Ben ik de enige die daar de symboliek van ziet? Dat als je angstig bent, je gedachten met je aan de haal kunnen gaan. En hoe je als je denkt dat je laatste uur geslagen heeft, je het gevoel hebt dat je door de aarde verzwolgen gaat worden en weer tot compost wordt?


Vader/dochter relatie

In de ogen van vader Mattis is zijn dochter Ronja alles! Geen verkeerd woord mag over 'zijn Ronja' gezegd worden. Ronja is voorbestemd om roverhoofdman te worden, maar zij denkt daar anders over. Zij heeft kritiek op het werk van haar vader, hoewel zij hem wel liefheeft. In het boek is de band met de vader heel nadrukkelijk aanwezig. De band met de moeder is meer op de achtergrond. Het verbaast me dan ook niet dat in een van Lindgrens biografieën is te lezen dat zij een sterkere band had met haar vader, dan met haar moeder.
De verwijdering tussen Ronja en haar vader is zo pijnlijk echt. 'Het deed Ronja veel verdriet dat Mattis een koppige roverhoofdman was geworden zonder een greintje verstand in zijn hoofd. Het was nu net of Birk de enige was bij wie ze in moeilijke omstandigheden haar toevlucht kon zoeken.'
Als Mattis Birk gevangenneemt, gaat Ronja in verweer. Dat neemt haar vader haar niet in dank af. Zij wil zijn dochter niet meer zijn en voor haar vader bestaat ze niet meer omdat ze het voor Birk opneemt. Zij kiest de kant van de 'vijand'. Hij ontkent het bestaan van zijn dochter. 'Ik heb geen kind'. Au!

Broer/zus liefde

Aanvankelijk zijn Ronja en Birk rivalen. Zoals hun vaders. Maar als ze een paar keer elkaars leven redden, dan verandert hun vijandschap in vriendschap. Zo zelfs dat ze elkaars broer en zus worden. Maar die broer/zus liefde die wordt zo innig beschreven, dat het eerder de band tussen geliefden beschrijft. Als Ronja vanwege een strenge winter Birk al maanden niet heeft gezien: 'Toch wilde ze alles doen om bij Birk te komen. Ze verlangde naar hem. Ze begreep zelf niet hoe het kwam!' De ultieme afscheiding zie je als Ronja en Birk besluiten om samen in het bos te gaan wonen. Daar maken de twee een huis voor zichzelf. Hoe symbolisch wil je het hebben?

Of Astrid Lindgren het verhaal werkelijk zo bedoeld heeft, dat weet ik natuurlijk niet. Misschien lees ik dingen die er niet zijn en vul ik maar wat in. Fascinerend is het wel en ik heb in ieder geval het goed dat ik met het lezen van Ronja de Roversdochter, de schrijfster weer een beetje beter heb leren kennen.

Zien jullie ook die gelaagdheid in Ronja de Roversdochter?

Hartelijke groet,
Anita










7

Zelf maken: monchou taart

Het is bijna Valentijn en dan maak ik volgens onze kleine traditie een monchou taart. In de hartjesspringvorm. Sinds ik deze taart kan maken, snap ik niet meer waarom ik het altijd uit een pak maakte. 'Tis ook niet alsof zo'n pak goedkoop is ofzo. De kersen komen wel uit blik, dat dan weer wel.



Dit heb je nodig:

75 gram roomboter
12-14 biscuits (ik gebruik meestal verkade digestives, maar heb ook wel eens zelfgebakken koekjes gebruikt)
200 milliliter slagroom
300 gram monchou op kamertemperatuur
vanillemerg van een half vanillestokje of een eetlepel (zelfgemaakte) vanillesuiker
6 eetlepels biologische honing
blik kersenvulling (staat in de supermarkt bij de bakproducten, niet bij het conservenfruit)

Zo maak je de taart:

Smelt de roomboter op laag vuur.
Maal de biscuits fijn in een keukenmachine.
Meng de kruimels met de boter en verdeel dit over een met bakpapier bedekte taartvorm. Een springvorm is het handigst, omdat je dan de taart er het mooist uit kunt krijgen.
Zet de bodem weg in de koelkast om af te koelen.

Klop ondertussen de slagroom stijf. Zet ook even in de koelkast.
Klop de monchou helemaal glad en voeg de honing en vanillemerg/vanillesuiker toe.
Als dit een mooie gladde structuur heeft mag de slagroom erbij. Mix op een lage stand door. Niet langer dan nodig. Verdeel het mengsel over de taartbodem.
Zet de monchoutaart minimaal 4 uur in de koelkast om op te stijven.

Je kunt de taart gerust een dag of twee van te voren maken. Kort voor serveren de kersenvulling erover verdelen.



Deze taart is hier altijd een succes!

Eet smakelijk!

Warme groet,
Anita

Ps: voor het recept ben ik schatplichtig aan de e-nummervrije website Smakelijck.


[productlink is een affiliate link. Als je iets koopt bij de betreffende winkel krijg ik een klein percentage. Het kost jou niets extra. Ik verwijs alleen naar (web)winkels waar ik zelf koop of waar ik zou kúnnen kopen]
15

Thuisblijfmoeder versus werkende moeder - wat is het ideaal?

De buurvrouw kwam langs om te vragen hoe ik opvang had geregeld met mijn kinderen en of ik misschien een BSO kon aanraden. Haar dochter zou binnenkort naar school gaan en ze oriënteerde zich op haar mogelijkheden.
Ik vertelde dat we geen gebruik maken van de BSO, omdat we het werk zo verdeeld hebben dat er iemand thuis is als ze van school komen.
'Wat ideaal,' zei ze.
'Och,' mompelde ik wat, 'zo ideaal voelt het niet altijd.'

Maar ik voelde wrevel in mezelf. Een wrevel die ik al voelde vanaf het begin van mijn moederschap. Toen de buurvrouw weer weg was, zat ik opeens in een opgewonden twee-gesprek met mezelf verwikkeld. Een gesprek dat ik wel vaker met mezelf had gehad. Een gesprek met al die fictieve mensen met hun ge-ja-maar over de brandende kwestie thuisblijven of gaan/blijven werken. Over wie nu een betere moeder is; de thuisblijfmoeder of de werkende moeder.


Dit vind ik altijd een geinige foto: de werkende moeder :-D  
Ik die met de kinderen langs mijn werk loop - in het weekend :-D

Innerlijke dialoog

Al heel lang wilde ik die innerlijke dialoog op papier zetten. Ik merkte dat ik me vaker kon inleven in de overwegingen van thuisblijfmoeders als van werkende moeders en dat ik het vaker voor de thuisblijfmoeder opnam. Maar ook: omdat ik er zelf erg mee geworsteld heb. Want ik heb onze verdeling van zorg en werk (man die -geleidelijk-een dag minder is gaan werken, ikzelf met een parttime baan van 20 uur en de kinderen beperkt naar opvang en niet naar de naschoolse opvang) zelf lang niet altijd als ideaal ervaren! Sterker nog, als ik had kunnen voorzien hoe ik me zou voelen of wat er allemaal op mijn pad zou komen, dan was ik liever een paar jaar helemaal thuisgebleven. Dát leek mij nou ideaal.

Het viel me nog niet mee om die innerlijke dialoog op papier zetten - vele concepten gingen aan dit stuk vooraf. Deels omdat er zoveel verschillende facetten aan zitten, deels omdat ik net steeds niet de goeie woorden kon vinden om het te omschrijven. Maar ook omdat het me soms teveel raakte.

Wat van tevoren een ideale verdeling leek, vond ik in de praktijk helemaal niet efficiënt. Dat constante geregel en geplan en afstemmen en overleggen en overdracht. Tering wat een tijd ging daar mee verloren. Vaak had ik het gevoel dat Michel en ik twee kapiteins op een schip waren, maar dat we nooit de haven uit kwamen! Vaak genoeg heb ik me afgevraagd wat er mis was met de aloude verdeling tussen mannentaken en vrouwentaken. Dan is het tenminste gewoon duidelijk en kan iedereen zijn werk doen zonder dat dat steeds opnieuw afgestemd moet worden. En daar vind ik niks ouderwets of vrouwonvriendelijks aan. Het is een taakverdeling, om tot de best werkbare situatie te komen.
Bovendien: ik voelde gewoon dat mijn taak thuis groter was dan mijn taak buitenshuis. Ach, wat nou, belangrijke baan! Wie zou mij of mijn werk daar over 25 jaar nog herinneren? Maar thuis had ik twee kleintjes en een man, die zouden mij over 25 jaar nog wel herinneren. Op zulke moment zat die betaalde baan mij behoorlijk in de weg.

En dan lieten die innerlijke dialogen met fictieve personen van zich horen.

Ja maar: je wilt toch financieel onafhankelijk zijn?!

Ik mag hopen dat mijn inbreng in mijn huwelijk net zoveel waard is als dat van mijn man! En dat dat niet afhangt van hoeveel geld de een verdient en hoeveel de ander. Ik hoop dat ik niet minder waard ben omdat ik minder salaris inbreng. Wat er verdiend wordt is ons gezamenlijk inkomen en daar leveren we allebei gezamenlijk onze bijdrage voor. Daarin zijn wij financieel afhankelijk van elkaar! Maar dat mijn inkomen lager is, wil toch hopelijk niet zeggen dat ik minder waard ben.

Ook vind ik het een motie van wantrouwen om ons gezamenlijk leven zo in te richten alsof je elk moment klaar bent voor het moment dat je uit elkaar kunt gaan.
Voor mijn gevoel ondermijn ik daarmee mijn huwelijk als ik er op die manier in sta. Je weet nooit wat het leven voor je in petto heeft, maar om nu al te leven naar wat mogelijk gaat komen, verhindert dat je je leven van nu ziet voor wat het nu waard is. Krampachtig vasthouden aan een bestaande levensstandaard, gaat ten koste van het plezier van het nu.

En trouwens, over financieel onafhankelijk gesproken: iedereen is toch afhankelijk van iedereen?! Ik geloof niet dat je ooit helemaal financieel onafhankelijk kunt zijn. Dan zou je ook huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag moeten afslaan. Kinderopvang is toch voor vrijwel iedereen onbetaalbaar als er geen tegemoetkoming zou zijn?
Dan ben je ook financieel afhankelijk, alleen niet van een partner, maar van een overheid. Misschien is dat juist wel een beetje fijn, dat je afhankelijk bent van elkaar. Dan kun je elkaar opvangen als het nodig is.

Ik zou mij best voor kunnen stellen dat thuisblijfmoeder een gevoel van verontwaardiging kunnen hebben: ze dragen dan weliswaar niet bij aan belastingen, maar ze maken ook geen aanspraak op ziektewet of werkloosheidswet.

Wat ik ook niet snap is dat de overheid bezwaren kan hebben wanneer een gezin/huishouden zichzelf kan onderhouden, ook als slechts één van de partners een baan heeft. Dan zijn er mensen die zichzelf kunnen onderhouden en is het weer niet goed!


Ja maar: je wilt jezelf toch ontwikkelen en ontplooien?!

Wie zegt dat ik me niet kan ontwikkelen door voor mijn kinderen te zorgen? Sterker nog, ik heb het ouderschap ervaren als de allergrootste ontwikkeling die ik zelf heb doorgemaakt. Ja, maar wordt je wereld niet kleiner? Nee. Gek hè, maar door te zorgen voor mijn kinderen en mijn gezin, leerde ik dat alles wat zich op grote schaal buiten ons afspeelt, rechtstreeks voortkomt uit wat zich op kleine schaal rondom huis afspeelt. Mijn innerlijke wereld werd groter en dat was vele malen leerzamer dan enige opleiding of functie die ik ooit gehad heb.

Ik voelde elke keer een enorme kriebel van verontwaardiging opborrelen als ik dit las of hoorde. En nog steeds. Het is niet bevrijdend voor vrouwen om ze te pushen een baan buitenshuis te nemen. Dan is dat gewoon een nieuw keurslijf.

Ja maar: als je uit je werk stapt dan kom je er nooit weer in?!

Ook zo'n krampachtige reactie van vooral hoger opgeleiden: het willen behouden van het niveau wat ze hebben opgebouwd. Bang om weer onderaan te moeten beginnen.
Ik denk eerlijk gezegd dat het zo'n vaart meestal niet loopt. En is dát geen stilstand? Terugkomen waar je uitgestapt bent? Het doel van het leven is niet het hebben van die betaalde baan. Werk is er om onszelf te ontwikkelen. Eerder schreef ik al eens over dat het leven zelf onze loopbaan is.

In het verlengde hiervan, hoor ik ook wel eens (wederom vooral hogeropgeleiden) dat het zo zonde is om je hersenen niet te gebruiken voor een baan, maar thuis voor de kinderen te zorgen. Dus lager en middelbaar opgeleiden zijn alleen goed voor de opvoeding van kinderen? Waar de hoger opgeleiden dan vervolgens weer commentaar op hebben omdat ze hun kind niet goed begeleiden?

Het grootbrengen van kinderen is een leerzame en eervolle taak. Ook voor hoger opgeleiden. Een eervolle taak, die overigens niet alleen aan moeders is voorbehouden, maar aan de hele gemeenschap. Kinderen zijn de basis waarop verder gebouwd wordt en dat gaat niet vanzelf.


Ja maar: het kinderdagverblijf is zo goed voor de ontwikkeling?!

Misschien komt het omdat ik een tweeling heb en dat alles net even anders werkt of ingewikkelder is, maar ik heb geen enkele toegevoegde waarde ervaren van de 4 jaren kinderdagverblijf. Kan ook niet beweren dat mijn kinderen er schade van op hebben gelopen, behalve dan dat ze opeens gingen gillen aan de etenstafel en dat ze opeens hun hemd niet meer bij de onderbroek in wilden, omdat de leidster dat stom vond. (En bedankt leidster…. ) Ik vond het altijd maar onzinnig om het kinderdagverblijf zo op te hemelen. Want wat doen ze nou eigenlijk op zo'n KDV: ze zorgen ervoor dat kinderen in een zo huiselijk mogelijke omgeving kunnen opgroeien. Nou, noem me raar hoor, maar dan kan je kinderen net zo goed thuis laten opgroeien, toch?! Als het leven thuis het voorbeeld is waarop KDV-en zich baseren, dan is er toch niks op tegen om kinderen thuis op te laten groeien?!


Domestic Life

Ja maar: je bent toch meer dan alleen moeder. Ben jij geen betere moeder als je werkt?!

Die uitspraak bezorgt me nog altijd de kriebels. Nee. Ik ben altijd moeder, waar ik ook ben. Ik ben niet een betere moeder als ik werk. Sterker nog, ik heb vaak gedacht dat ik een betere moeder was geweest als ik niet had gewerkt. Dus. Ik ben hoogstens een betere werknemer sinds ik moeder ben. Ik heb hier al eens eerder iets over gezegd.

Ja maar: je wilt toch participeren in de maatschappij?!

Wie zegt dat een huisvrouw niet participeert? Telt het alleen als je deelname meetbaar is aan de afgedragen belasting? Mag hopen van niet! En bovendien: je maakt altijd deel uit van de maatschappij. Ook als je aan de spreekwoordelijke zijlijn staat. Een arbeidsongeschikte maakt ook deel uit van de maatschappij. We zijn een geheel, als samenleving. Dat is toch het hele principe van SAMENleven?

Ook vind ik de overheid ook nog wel eens dubbel in haar boodschap: we worden opgeroepen meer te mantelzorgen, meer oog te hebben voor elkaar, maar in welke tijd dat moet gebeuren staat er niet bij, want vrouwen moeten vooral ook aan het werk.

Ja, maar wil je dan niet iets voor jezelf?!

O ja, ik wilde dolgraag wel iets voor mezelf! Maar werken voor de baas valt niet echt in die categorie. Het was razend druk met de kinderen thuis, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in touw. Tussen waken en slapen had ik 15 minuten voor mezelf. Toch voelde die tijd met de kinderen als tijd voor mezelf. Als zinvolle tijd. Tijd voor mezelf vond ik niet in een baan buitenshuis. Dat is echt een stokpaardje voor hoger opgeleiden merk ik. Die kunnen zich gewoon niet voorstellen dat je al die vergaderingen, werkgesprekingen, beleidsplannen en ander kantoorgeneuzel even niet zo wezenlijk belangrijk vindt voor de toekomst van de mensheid.

Misschien dat als ik een ander beroep dan secretaresse had gehad, ik er een ander gevoel bij had gehad. Het werk van een secretaresse lijkt tenslotte wel verrekte veel op het werk van een huisvrouw.  Dat heb ik wel vaak gedacht; stel dat ik fysiotherapeute was geweest, of nagelstyliste of in een hondentrimsalon werkte, dan had ik ook eens een andere rol gehad.
Maar ik werkte als secretaresse en ik zorgde thuis voor personen die zelf niks konden en op kantoor ook nog een keer. Het was echt geen kwestie van 'even iets voor mezelf' of 'even Anita zijn en niet alleen maar moeder'.  Het was allemaal meer van hetzelfde. Mijn rol bleef altijd gelijk. Dat probeer je dan een keer uit te leggen aan de mensen, maar je stuit tegen zo'n muur van onbegrip dat je het verder maar laat.

Van dit soort momenten kon ik geen genoeg krijgen!

Zingeving

Ik heb ontdekt dat het uiteindelijk allemaal neerkomt op zingeving. Je kunt voor elke keuze een reeks argumenten vinden die het onderbouwen. Je kunt even zoveel argumenten vinden om de keus van een ander af te keuren. Maar uiteindelijk gaat het er om of de keuze voor jou Zin heeft. Zin met een hoofdletter, als in wat wezenlijk is voor jou. Er is niet één ideale oplossing. Ik ken vrouwen die gestopt zijn met werken toen er kinderen kwamen. Soms omdat het kon of omdat het zo liep. Soms omdat de kinderen extra zorg nodig hadden. Maar ik ken ook vrouwen die eerst thuis waren, maar juist zijn gaan werken omdat ze een kind hadden dat extra zorg nodig had. Ik ken vrouwen die weloverwogen thuisbleven voor de kinderen en zich vervolgens gevangen voelden in hun situatie, vanwege de financiële gevolgen van hun verdeling. Of de steun niet kregen van hun partner. Maar ik ken ook vrouwen die zijn blijven werken en zich daarin gevangen voelden.

Van tevoren dacht ik dat het ideaal zou zijn om de zorg min of meer gelijk te verdelen, onder invloed van de heersende ideeën en omdat het in mijn aard zit om dingen gelijk te verdelen. Maar ik merkte dat ik dat in de praktijk helemaal niet zo ideaal vond. Het merkte dat ik mijn werk de meest zinloze tijdsbesteding vond die ik kon bedenken, vooral de eerste jaren had ik dat heel sterk. Want, het hield me alleen maar af van Echt Belangrijke zaken: mijn kinderen, mijn gezin. Maatschappelijk gezien had ik het dus ideaal, maar vanuit mezelf zag ik er de zin - de toegevoegde waarde - er niet van in.

Als ik van tevoren had geweten wat er allemaal op me af zou komen en hoe ik het moederschap zou ervaren, dan had ik een andere koers ingezet. Maar dat is helaas niet zo gelopen en het is een stil verdriet, waar ik niets aan kan veranderen. Ik heb het best haalbare er uitgehaald, maar nee, ideaal vond ik het niet.

Het enige wat ik kan doen is het nu opschrijven en hopen dat ik kan laten zien dat er in de keuze tussen thuisblijven en werken zo ontzettend veel nuances zitten. Dat het geen keuze van of/of is. En ook geen definitieve keuze. Hopelijk kan ik hiermee een ander het gevoel geven dat ze zich gehoord voelen en zich niet zo alleen voelen staan in hun opvatting.

Warme groet,
Anita

Leuk artikel voor erbij: Intermediair; van kantoorstress naar ambachtelijke voldoening. Deze mensen snap ik helemaal!

Ps: dit allemaal gezegd hebbende, zou je denken dat ik helemaal geen voordelen zie van een betaalde baan. Maar die zie ik ook wel degelijk. Mijn hersenspinsels daarover volgen een andere keer.

43

Imbolc: bereid je voor op het licht van het voorjaar

Op 1 en 2 februari wordt het Keltische feest Imbolc van godin Brigida gevierd. De zaden in de grond maken zich klaar om te ontkiemen. Spiritueel gezien is het de tijd om je te ontdoen van zaken die er niet meer toe doen. Tijd om ruimte te maken voor wat mag groeien.


De maankalender zegt:

'Maak gebruik van de kracht van de afnemende maan tot 13 februari. Twee februari is het vrouwendag, een dag waarop de vrouw de baas is sinds de oudheid. Deze dag kreeg ook de amen Vastentijd, Grote Reiniging, Lichtmis en Imbolc. Vier het einde van de winter en ga swingend je huis door en verwelkom de energie van de lente!

14 februari is de dag om oud zeer, oude gewoonten, oude vetes los te laten en ruimte te maken voor het nieuwe en het lentelicht. Verwijder letterlijk en figuurlijk alle ballast en opgehoopt stof uit hoeken en kieren.'


Ik heb een altaar gemaakt voor Godin Brigida, drievoudige godin. Drie identieke zusters met elk hun eigen kwaliteiten. Eén zuster voor inspiratie, poëzie, zang en dans, één zuster voor smeedkunst en het haardvuur, en één voor heling en voorspellen.

Een witte kaars als symbool voor haar zuiverheid, de vlam als symbool voor transformatie. Bergkristal erbij die ik opgeladen had bij de volle maan van afgelopen week. Wierook erbij, omdat ik dat lekker vind en het boek Godinnen van eigen bodem opengeslagen op de bladzijde van Brigida.

Een ideale week voor een voorjaarschoonmaak!

Warme groet
Anita



6

Zelf maken: Brusselse wafels

Elke vrijdag maak ik iets speciaals voor de kinderen voor als ze thuis komen uit school om half 1. Het zijn vaak die kleine tradities die de week feestelijk maken. Soms tomatensoep, blueberry pancakes of tosti's. Of Brusselse wafels.

Ik zat al heel lang te azen op een wafelijzer bij de kringloop. Een tijd terug appte een vriendin dat ze er eentje had zien staan. Dus ging ik rap heen om 'm op te halen. Helaas is vorige week het klepje afgebroken, nu kan ik het deksel niet meer dichtknijpen. Misschien kan ik 'm nog repareren.

Om het lekker verwarrend te maken bestaan er vele soorten wafels: Luikse, Brusselse, Drentse, stroopwafels. Zo heeft de man lang gedacht dat ik op zoek was naar een kniepertjes wafelijzer. Als geboren Drent was hij wel een beetje teleurgesteld dat ik eentje bedoelde voor Brusselse wafels.




Maar goed: het recept! Zoals wel vaker zijn er weer vele manieren in omloop hoe je deze wafels kunt maken. Ik nam als basis het recept uit een kookboekje dat ik ooit kreeg.

Dit heb je nodig:
4 eieren
1 tl zout
250 gr bloem
100-200 ml melk
150 gr roomboter, gesmolten
poedersuiker

Zo maak je ze:

Splits de eieren, bewaar zowel de dooiers als het eiwit. Sla de eiwitten stijf met de helft van het zout. Zorg dat je kom en gardes schoon en vetvrij zijn. Het eiwit is stijf als je je mixer omhoog doet en er toefjes ontstaan.

Klop in een andere kom de eierdooiers en bloem glad en voeg de melk toe. Dit doe je beetje bij beetje, totdat het beslag romig is. Voeg dan de gesmolten (maar al wel wat afgekoelde) boter en de rest van het zout toe. Eventueel kun je nog wat melk toevoegen als je denkt dat het beslag nog te dik is.


Het beslag is dik en romig (eiwit zit er nog niet in). 


Tot slot het eiwit toevoegen. Beetje bij beetje. Dit mix je erdoor op een lage stand en niet langer dan nodig, anders sla je het luchtige er weer uit. Het eiwit erdoor spatelen kan ook.

Je kunt wat variëren met het aantal eieren en de melk. Meer eieren (bijvoorbeeld 6), betekent een zwaarder beslag. Meer melk of water betekent een lichter beslag. Uit oogpunt van spaarzaamheid neem ik daarom minder eieren ;-).

Vet je wafelvorm in met wat arachide olie d.m.v. een bakkwast of een stukje keukenrol. Het wafelijzer mag vrij heet staan. Giet het dikke, romige beslag er in en kijk na ca. 5-7 minuten of ze lekker goudbruin zijn.




Deze wafels kun je helemaal zonder suiker maken. De kinderen proeven daar niks van, want die strooien en smeren er toch genoeg zoetigheid overheen :-).  Ik troost me met de gedachte dat ik dan in ieder geval er voor gezorgd heb dat in de wafels géén suiker zit. 



Smullen maar!






10